Arts krijgt boete voor voorschrijven coronamedicatie
In dit artikel:
Een arts uit Boxmeer kreeg van minister Ernst Kuipers (VWS) een bestuurlijke boete van €3.000 omdat zij in november en december 2021 in totaal 48 keer ivermectine of hydroxychloroquine (HCQ) voorschreef ter preventie van Covid-19. Deze middelen zijn niet geregistreerd voor Covid-19 bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) kwam in december 2021 een melding op het spoor waarna onderzoek volgde.
Volgens de Geneesmiddelenwet mag een arts zulke niet-geregistreerde toepassingen alleen voorschrijven als daarover binnen de beroepsgroep duidelijke protocollen of standaarden zijn vastgesteld; als die nog in ontwikkeling zijn, is overleg met de apotheker vereist. De inspectie stelde vast dat de arts dat overleg niet had gevoerd, waarop de minister in oktober 2022 de boete oplegde.
De arts ging in beroep: ze stelde dat de wet onduidelijk is, dat ze buitenlandse protocollen volgde en wél overleg heeft gepleegd met de apotheker. De rechtbank in Den Bosch wees die bezwaren af: de arts had kunnen vermoeden dat disciplinering zou volgen en het was niet aannemelijk dat gebruik van de middelen zou worden goedgekeurd, omdat eerder juist werd afgeraden ze te gebruiken. Wel verlaagde de rechtbank de boete naar €1.275 omdat de procedure tussen voornemen tot sanctie en oordeel de wettelijke termijn van twee jaar overschreed.
Context: ivermectine en HCQ waren tijdens de pandemie controversieel; wetenschappelijke richtlijnen raden deze middelen niet aan voor Covid-19preventie.