Blijft boeren in de buurt van Den Bosch mogelijk, in tijden van stikstof? 'Het wordt allemaal wel heel lastig zo'
In dit artikel:
In de Tweede Kamer lijkt een meerderheid steun te geven aan de stikstofmaatregelen van het kabinet. Die moeten de uitstoot rond kwetsbare natuurgebieden verlagen, de natuur herstellen en woningbouw weer mogelijk maken. Voor de dertien agrarische bedrijven binnen 500 meter van het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek betekent dat nieuwe onzekerheid over hun toekomst.
Melkveehouder Tim Oostveen uit de omgeving van Den Bosch heeft ondanks de plannen vertrouwen in voortzetting van zijn bedrijf. Hij houdt zestig koeien en werkt daarnaast als financieel consultant, omdat zijn extensieve veehouderij onvoldoende inkomen oplevert. Zijn bedrijf telt 1,9 koeien per hectare en voldoet daarmee al aan de voorgestelde norm van maximaal 2,6 koeien. Wel vreest hij gevolgen van strengere fosfaatregels. Volgens Oostveen moeten boeren die al extensief en natuurinclusief werken ruimte krijgen om zich verder aan te passen.
Zijn collega Joost van Heesbeen uit Vlijmen ziet de toekomst veel somberder. Zijn bedrijf ligt ingeklemd tussen meerdere natuurgebieden. Hij heeft het aantal koeien al teruggebracht vanwege de fosfaatrechten en zou volgens de nieuwe norm nog eens 15 hectare moeten aankopen of dieren afstoten. Beide opties zijn volgens hem onhaalbaar. Ook de Brabantse verplichting om een emissiearme stalvloer aan te leggen, zou hem ongeveer een miljoen euro kosten. Van Heesbeen, die geen directe opvolger heeft, zegt na jaren van wisselend beleid bovendien weinig vertrouwen meer te hebben in de politiek.
De maatregelen zijn niet alleen bedoeld om stikstofuitstoot terug te dringen, maar ook om natuurherstel te versnellen. In het gebied ten zuiden van Den Bosch wordt daar al ongeveer vijftien jaar aan gewerkt. Intensieve landbouw, bemesting en een laag waterpeil hadden geleid tot verdroging, fosfaatrijke bodems en het verdwijnen van bijzondere planten. Na de overstromingen van 1995 werden delen van het gebied bovendien aangewezen als waterbergingsgebied, wat de basis vormde voor een bredere natuurontwikkeling.
Dat herstel heeft zichtbare resultaten opgeleverd. Vlijmens Ven en de Moerputten vormen inmiddels met ruim honderd hectare het grootste blauwgraslandcomplex van Nederland. Zeldzame soorten als parnassia, Spaanse ruiter en blauwe knoop groeien er weer, terwijl in de zomer orchideeën bloeien op plekken waar eerder vooral maïs stond. Ook het pimpernelblauwtje, dat in 1970 in Nederland uitstierf, komt hier dankzij aangepast maaibeheer en een geschikt waterpeil weer voor. Het gebied is de enige Nederlandse locatie waar deze vlinder nog wordt aangetroffen.
Boswachter Mirjam Wouters en gebiedsmanager Albert Vrielink waarschuwen echter dat het natuurherstel nog kwetsbaar is. In de zomer staan de grondwaterstanden te laag en de stikstofdepositie is nog altijd te hoog. Daardoor groeien grassen en stikstofminnende planten ten koste van kruiden en bloemen. Om overtollige voedingsstoffen af te voeren, worden de hooilanden inmiddels tweemaal per jaar gemaaid. Dat kost veel geld dat anders voor verdere natuurontwikkeling beschikbaar zou zijn.
De provincie, waterschappen en natuurorganisaties onderzoeken daarom hoe de waterhuishouding kan verbeteren. Daarbij willen zij boeren blijven betrekken. Een hoger waterpeil helpt de natuur, maar kan beweiding bemoeilijken. Mogelijke oplossingen zijn zogenoemde plas-drasregelingen, waarbij weilanden tijdelijk onder water staan. Dat kan de weidevogelstand verbeteren en boeren via een vergoeding compenseren. Vrielink benadrukt dat de rundveehouderij in het gebied behouden moet blijven. Boeren die kunnen en willen omschakelen van intensieve naar extensieve bedrijfsvoering, zouden volgens hem perspectief moeten houden.
Vandaag Inside: René van der Gijp en Johan Derksen fileren Ajax-beleid en wijzen één man aan als hoofdschuldige