Brabantse politiek wil snel duidelijkheid van Rijk over opties Moerdijk
In dit artikel:
De provincie wacht deze of volgende week op de uitkomsten van vier onderzoeken naar uitbreiding van het industrieterrein bij Moerdijk. Tot voor kort ging het om twee scenario’s: nieuwbouw ten oosten van het huidige terrein waarbij het bestaande dorp plaats zou moeten maken, of ontwikkeling ten zuidoosten waarmee het dorp in stand kan blijven. De door het Rijk recent aangedragen derde variant — waarin het dorp zou blijven — is niet meegenomen in die onderzoeken, waardoor Statenleden vrezen dat zij straks geen gelijkwaardige afweging kunnen maken.
Fractieleiders uit vrijwel alle politieke kleuren uitten zorgen over de onzekerheid die dat veroorzaakt voor inwoners van het dorp. D66’er Matthijs van Miltenburg roept het Rijk op snel helderheid te geven over de ontbrekende informatie en over hoe de plannen als geheel nog samenhangen. VVD’er Roel Gremmen vindt de onverwachte wending onacceptabel voor bewoners en sluit uitstel van besluitvorming niet uit als dat nodig is om opties eerlijk door te rekenen. Lokaal Brabant (Hubert Koevoets) gelooft weinig in invloed van de provincie en vermoedt dat het Rijk de nieuwe variant naar voren schuift omdat het geen geld wil vrijmaken voor compensatie bij verplaatsing van het dorp.
Oppositiepartij BBB (Marco Havermans) wil juist geen verdere vertraging: volgens hem moeten gemaakte afspraken richting inwoners worden nagekomen. PvdA’er Ward Deckers beschuldigt het Rijk ervan te ‘wiebelen’ omdat het niet wil betalen voor compensatie; hij benadrukt dat de provincie vanaf het begin volledige onderzoeken en goed geregelde compensatie eiste. CDA-fractievoorzitter Ronnie Buiks vindt het vanzelfsprekend dat alle mogelijke varianten onderzocht worden en meldt dat staatssecretaris Jo-Annes de Bat heeft toegezegd tijdig informatie te leveren.
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat antwoordt terughoudend op vragen, maar zegt te mikken op een besluit eind juni en wil fatsoenlijke besluitvorming mogelijk maken. Gedeputeerde Staten gaan ervan uit dat het Rijk de provincie op tijd informeert en rekening houdt met de provinciale planning.
Belangrijk voor bewoners is dat onzekerheid voortduurt: het voornemen tot uitbreiding van het industrieterrein raakt directe leefomgeving, compenserende maatregelen en de toekomst van het dorp. De uiteindelijke keuze hangt af van aanvullende cijfers en van de mate waarin het Rijk bereid is mee te betalen voor eventuele verplaatsing of compensatie.