Honderden skeletten bij kerk opgegraven om stadsgeschiedenis te ontdekken
In dit artikel:
Op het plein bij de Eindhovense Catharinakerk leveren archeologische opgravingen al ruim twintig jaar nieuwe kennis op over de stadsgeschiedenis. De eerste graven werden in 2002 gevonden; vanaf 2005 werd het terrein grootschalig onderzocht. Inmiddels zijn enkele skeletten zichtbaar in de bestrating rond de kerk, terwijl andere resten nog steeds worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.
Volgens beheerder Laurens Mulkens kwamen archeologen daar steeds meer vondsten tegen dan verwacht, van sieraden en bloemenkransen tot speelgoed, schedels en tanden. Een van de opvallendste ontdekkingen is een schedel met groene verkleuring op het voorhoofd. Dat wijst mogelijk op een munt die overledenen volgens oud volksgeloof meekregen als betaling voor de hemelpoort. Ook werd een man rechtop begraven en vond men een vrouw met de resten van een ongeboren kind in haar buik.
Bijzonder is het graf van Marcus van Eindhoven, een jongen van ongeveer tien jaar uit rond 1300. Door een Venetiaanse munt met de evangelist Marcus daarop kreeg hij die naam. Zijn graf lag dicht bij het hoofdaltaar, wat kan betekenen dat hij uit een voorname familie kwam. Dankzij de droge zandgrond bleven botten en tanden goed bewaard, waardoor onderzoekers DNA konden analyseren. Zo bleek onder meer dat vanaf circa 1500 meer migratiesporen zichtbaar werden, wat erop wijst dat middeleeuws Eindhoven diverser was dan lang werd gedacht. Omdat veel andere bronnen verloren gingen door stadsbranden en verwoestingen, vormen deze graven een zeldzame blik op een vergeten geschiedenis.
De Oranjezomer: Pieter Cobelens: 'We moeten vinden dat iedereen met z'n poten van ons land afblijft!'