Deze slagerszoon ging een motor kopen en kwam terug met een leeuw
In dit artikel:
Carolus Augustinus (Karel) Stevens (1904–1975), beter bekend als Carlo, groeide op in Helmond met een voorliefde voor gevaar en dieren. Als tiener toerde hij al op de motor rond, bezocht circussen en raakte gefascineerd door dierentemmers; begin jaren dertig kocht hij bij Diergaarde Blijdorp voor 85 gulden een welp, Tarzan, en hield die achter de slagerij van zijn ouders. Toen die leeuw te veel opviel in de straat en de gemeente ingreep, gaf hij niet op: hij volgde lessen, kocht nieuwe dieren en werkte zich op als artiest in rondtrekkende circussen onder de naam Carlo.
Zijn reputatie werd in 1938 internationaal bekend na een incident in Sittard (28 augustus), toen twee leeuwen ontsnapten en één de kerk binnenwandelde tijdens een dienst. De politie overwoog te schieten, maar schakelde Carlo in; hij sleepte het dier uit de kerk en het voorval leverde hem veel media-aandacht op. In 1939 staakten circussen door de oorlogsdreiging; Carlo moest zijn leeuwen laten inslapen en vond werk als dompteur in Dierenpark Wassenaar. Daar raakte hij op 14 augustus 1942 ernstig gewond bij een aanval door een beer: hij verloor bijna een been, een collega liep ook zware verwondingen op en er ontstond paniek onder bezoekers.
Na de oorlog bleef Carlo in de showwereld actief. Hoogtepunten waren zijn bijdrage als dierentemmer aan de film Quo Vadis (1950) en optredens tijdens de wereldtentoonstelling van Brussel (1958), waar hij onder meer met een leeuw in een zijspan de ‘steile wand’ betrad. Hij keerde terug naar Helmond, temde leeuwen tot zijn pensionering en overleed onverwacht in december 1975 op 71‑jarige leeftijd. In 2021 organiseerde Heemkundekring Helmont een tentoonstelling en verscheen een biografisch boek van Jolanda Bakker over zijn avontuurlijke leven.