Dit dier lijkt hier niet thuis te horen, maar dat is wel zo volgens Frans
In dit artikel:
In de Stuifmail wordt eerst een quizvraag gesteld over het verschil tussen dag- en nachtvlinders. Het juiste antwoord is B: dagvlinders hebben knopjes aan het uiteinde van hun voelsprieten. De winnaar krijgt een kwartetspel en hoort het antwoord zondag tussen 11.00 en 12.00 uur.
Margot Reijnders filmde een schaakbordlieveheersbeestje. Deze opvallend gele soort met zwarte, vaak hoekige vlekken is inheems en moet niet worden verward met Aziatische lieveheersbeestjes. Het veertienstippelig lieveheersbeestje, zoals de soort ook heet, leeft vooral in lage begroeiing, bermen, bosranden, parken en tuinen. Brandnetels zijn een geliefde plek. Het dier en zijn larven eten voornamelijk bladluizen. Vroeger werden ze daarom ingezet in kassen, maar dat gebeurt sinds de komst van Aziatische lieveheersbeestjes nauwelijks nog.
De vreemde rode bol die Helga van der Meer in haar egelantier zag, is een rozenmosgal. Deze vergroeiing wordt veroorzaakt door de ongeveer drie millimeter grote rozenmosgalwesp. In de gal zitten kamertjes met eitjes en larven, die zich later ontwikkelen tot nieuwe wespen. De gal is aanvankelijk groen en wordt meestal in het najaar rood. Namen als slaapappel en bedeguar verwijzen onder meer naar het oude volksgeloof dat de gal onder het kussen voor een goede nachtrust zou zorgen.
De vele gaten in de drooggevallen bodem van het Galgeven kunnen verschillende oorzaken hebben. Sommige zijn oude turfgaten of door mensen gegraven putten. Andere ontstonden door beschadigingen in de ondoordringbare leemlaag, waardoor water wegzakt. Ook uitdroging veroorzaakt krimpscheuren die kunnen uitgroeien tot diepe spleten. Daarnaast kunnen gassen uit rottende plantenresten ondergrondse holtes laten instorten. Tot slot graven waterdieren zich in de modder in en maken reigers en eenden gaten wanneer ze naar voedsel zoeken.
De ‘larfjes’ op de resten van een oude stuifzwam zijn waarschijnlijk gewone pissebedden. Zowel paddenstoelen als pissebedden leven op vochtige plekken met veel organisch materiaal. Ze zijn detritivoren: ze ruimen dood materiaal op. Terwijl pissebedden een rottende zwam eten, kunnen sporen aan hun pantser blijven kleven en zo worden verspreid.
Het laatste gefotografeerde torretje is geen kever maar een wants: de gewone rookwants. Deze oorspronkelijk Midden- en Zuid-Europese soort werd in 1987 voor het eerst officieel in Nederland gezien en breidt zich inmiddels sterk uit. De import van openhaardhout heeft de verspreiding geholpen, omdat de wantsen in houtstapels, onder schors en in dood hout overwinteren. Ze zuigen zaden leeg van onder meer populieren, iepen, brandnetels, bijvoet en aardbeien; soms eten ze ook bastkevers.
Vandaag Inside: Dumfries en Xavi prijzen aanvoerder Van Dijk: 'Dat is wel echt bewonderenswaardig'