Jos vond een dood dier in de berm, Frans denkt te weten wat er gebeurd is
In dit artikel:
Boswachter Frans Kapteijns beantwoordt lezersvragen over kleine natuurwaarnemingen. In dit eerste deel van zijn wekelijkse Stuifmail behandelt hij vijf gevallen: een gevonden dood jong dier, een opvallende vogel in tuinen, een vreemde vergroeiing in een dennenboom, materiaal tussen tuintegels en een felgekleurde amfibie.
- Dood jong dier in de berm: Jos Snijders vond een dood jong dier dat Kapteijns als waarschijnlijk reekalf herkent. Bij reeën ontwikkelt het embryo pas laat (na een verlengde draagtijd) waardoor de geboorte normaal pas eind mei–begin juni plaatsvindt. Vroege geboorte of sterfte komt meestal door verstoring van de moeder, met loslopende honden als belangrijkste boosdoener; ook drukte, verkeer of voedseltekort kunnen tot voortijdige bevalling leiden. Daarom benadrukt Kapteijns dat honden in natuurgebieden aangelijnd moeten blijven, zeker in de periode december–juli.
- Knapperd in de tuin: Jet van Asten zag een vogel die ze niet kende — het bleek een spreeuw in zomerkleed. Hoewel van afstand zwart ogend, toont deze soort bij nader zien een iriserend verenkleed met groen, paars en blauw. Spreeuwen zijn algemeen in stad en land, foerageren vooral in graslanden door te ‘peuren’ (met de snavel in de bodem zoeken naar insecten en larven) en verzamelen zich na het broedseizoen in enorme, golvende slaapwolken.
- Eén spreeuw alleen: Francis Meijer zag slechts één spreeuw en vroeg zich af waar de rest bleef. Kapteijns legt uit dat spreeuwen buiten de broedtijd in zwermen leven, maar tijdens het broedseizoen paren vormen. Een solitaire vogel in de tuin kan een mannetje zijn dat nestmateriaal zoekt en met zang een partner probeert te lokken; als er een koppel ontstaat, bouwen en bekleden ze het nest samen.
- Vreemde bal in een dennenboom: André van Drunen vond in een grove den iets dat op een miniboom leek. Het is geen maretak maar waarschijnlijk een heksenbezem — een vergroeiing veroorzaakt door micro-organismen (schimmels, bacteriën of fytoplasma’s) die een knop infecteren en ongecontroleerde uitloop van veel takjes veroorzaken. Heksenbezems komen vooral in loofbomen voor maar kunnen ook in naaldbomen flinke, donkere bolvormige structuren vormen.
- Stokjes en blaadjes tussen tegels: Bep van Doorn zag plantmateriaal rechtop tussen bestrating steken; Kapteijns wijst op regenwormen (zoals de grote blauwkopworm). Bij vochtige omstandigheden komen ze ’s nachts omhoog, slepen bladeren en takjes naar hun gangen en trekken dit naar beneden als voedsel. De kleine zandhoopjes tussen tegels zijn wormengangen-uitscheidingen. Regenwormen verbeteren bodemstructuur en zijn nuttig; bestrijden is contraproductief voor de tuin.
- Oranje gekleurde kikker: Peter van Tooren vroeg of een opvallend oranje indiviu een pad of bruine kikker was. Kapteijns stelt dat het een gewone bruine kikker betreft: kenmerken zijn bruine wangvlekken, een stompe snuit en een onderzijde die kan variëren van wit/geel tot oranjerood met vlekken. Heikikkers komen slechts lokaal voor; bruine kikkers zijn wijdverspreid zolang er water in de buurt is.
Lezers kunnen vragen insturen naar [email protected]. Deel twee van deze Stuifmail verschijnt zondagochtend.