Philips bouwde sprookjestuin in Eindhoven: 'Het begin van de Efteling'
In dit artikel:
Eindhoven had in de vroege jaren vijftig een Philips‑sprookjestuin in het Stadswandelpark die model stond voor wat later de Efteling in Kaatsheuvel zou worden. Philips bouwde er met hardboard huisjes, kastelen en decors waarin verhalen van onder andere de gebroeders Grimm en Hans Christian Andersen werden uitgebeeld. De tuin trok in mei 1951 in slechts drie dagen tienduizenden bezoekers, maar werd uit voorzorg gesloten door een pokkenuitbraak; de entree (10 cent voor kinderen onder 13, 25 cent voor volwassenen) ging naar goede doelen.
Fotograaf en uitvinder Peter Reijnders, die opdrachten voor Philips deed, raakte onder de indruk en wilde de attractie behouden — hij zag Genneper Parken als geschikte locatie, maar die plannen gingen niet door. Tijdens een familiebezoek bracht Reijnders zijn zwager, Reinier van der Heijden (burgemeester van Loon op Zand), op het idee om in het aldaar omgevormde natuurpark een sprookjesbos te maken. Dat initiatief, met de artistieke hertekening van Anton Pieck en de technische uitwerking door Reijnders (onder meer voor attracties als Ezeltje Strekje en de Vliegende Fakir), leidde tot de Efteling zoals we die nu kennen.
Veel sprookjes uit de Eindhovense tuin keerde terug in het Sprookjesbos van de Efteling, maar in nieuwe, weerbestendige uitvoeringen. De Efteling noemt Reijnders, Van der Heijden en Pieck de grondleggers van het park. Volgens de Philips Erfgoed Organisatie was de korte maar populaire sprookjestuin van Eindhoven dus de inspiratiebron voor het wereldberoemde attractiepark.