Erkenning voor militairen die niet vochten, maar wel gehavend thuiskwamen
In dit artikel:
Woensdag reikt de Brabantse commissaris van de Koning, Ina Adema, aan 28 oud-militairen het Draaginsigne Militaire oorlogs- en Dienstslachtoffers (MOD) uit. Het is een formele erkenning voor mannen die tijdens oefeningen of dienst zwaar gewond raakten of blijvende psychische klachten overhielden.
Sjon Scheerder (57) uit Gilze is één van de ontvangers. Hij liep twee ernstige incidenten op tijdens oefeningen in Duitsland: het eerste, traumatische voorval in 1992 levert hem al bijna 35 jaar PTSS op waarvoor therapiesessies weinig effect hadden; het tweede incident was een val van een helling waarbij hij met zijn hoofd een rots raakte, een slagaderlijke bloeding kreeg en later wakker werd in het militair hospitaal in Utrecht. Door het hoofdletsel heeft Sjon niet-aangeboren hersenletsel, hij moest uit dienst en heeft moeite met “normaal” werk. Hij ervaart onrecht omdat sommige behandelingen voor veteranen beschikbaar zijn terwijl die voor hem niet toegankelijk waren; erkenning door defensie ziet hij als een eerste stap naar gelijkwaardigheid.
Bert Huijbers (72) uit Boxtel moest lang zwijgen over zijn ongeluk omdat defensie hem een geheimhoudingsverklaring liet tekenen — wie dat verbrak zou gekort worden op een levenslange vergoeding. Op 17 juni 1975 veroorzaakte een stofwolk tijdens een oefening in Duitsland een kettingbotsing met rupsvoertuigen; Bert liep een beschadigde ruggenwervel en het verlies van zes tanden op, plus jarenlange PTSS en woede-uitbarstingen die zijn huwelijk kapotmaakten. De erkenning waar hij al jaren voor streed, betekent voor hem eindelijk erkenning van dienstgerelateerd leed.
Het verhaal van Jo van Geenen (84) uit Herpen stamt uit 1962: als commando raakte zijn peloton bij een mars in Duitsland aangereden; drie doden en achttien gewonden waren het resultaat, Jo zelf lag acht maanden in het militair hospitaal en heeft nog altijd lichamelijke klachten. Destijds werd hij ontslagen “wegens lichamelijke gebreken”.
Erwin van Eijndhoven (64) uit Boxtel, bestuurslid van de Bond van Militaire oorlogs- en dienstslachtoffers (BNMO), kreeg ook een insigne. Hij raakte tijdens zijn diensttijd ernstig aan zijn knie gewond, onderging elf operaties en kreeg drie jaar geleden een kunstknie waarmee hij pas echt pijnvrij werd; zijn inzet in de BNMO was mede gemotiveerd door die persoonlijke ervaring.
De uitreiking door Ina Adema markeert voor deze mannen niet alleen een erkenning van geleden schade, maar ook een publieke bevestiging van het langdurige fysieke en psychische leed dat oefeningen en dienst kunnen veroorzaken. De verhalen benadrukken dat veel slachtoffers decennia later nog steeds met gevolgen worstelen en dat kwesties als toegang tot zorg en geheimhoudingsclausules bij defensie blijven spelen.
Vandaag Inside Oranje: Bas Nijhuis, Dave Maasland en Wilfred Genee schrijven In de Wandelgangen country hit: 'TOP!'