Extreem weer? Zo moet bij Den Bosch 36 miljoen kuub water worden opgevangen
In dit artikel:
In de regio Den Bosch wordt de komende jaren grootschalig geïnvesteerd om overstromingen bij extreme neerslag te voorkomen. Waterschappen Aa en Maas en De Dommel, samen met de gemeenten Den Bosch, Vught, Heusden, Sint-Michielsgestel, Boxtel, de provincie en Rijkswaterstaat, trekken voor de eerstkomende tien jaar 350 miljoen euro uit voor dijk- en watersysteemmaatregelen.
De aanleiding is de kwetsbare ligging van de regio: de rivieren Aa en Dommel komen daar samen en stromen in de Maas, waardoor bij zware regenval en een hoge Maasstand het rivierwater moeilijk kan afvloeien. Zonder ingrepen zou bij een noodsituatie tot 36 miljoen kuub water (~15.000 olympische zwembaden) moeten worden opgevangen en kunnen sommige gebieden, mogelijk tot aan Boxtel, overstromen — een risico dat door klimaatverandering toeneemt en vergelijkbaar is met de ramp in Limburg in 2021.
Belangrijke maatregelen zijn:
- Een nieuw, groot gemaal in de Henriettewaard dat extra pompcapaciteit levert zodat water van de Aa en Dommel ook bij gesloten spuisluizen (zoals bij Crèvecoeur) naar de Maas weggepompt kan worden.
- Aanpassingen aan bestaande waterbergingsgebieden bij het Engelermeer en het Bossche Broek, met nieuwe inlaten en dijkversterkingen om sneller en meer water te kunnen vasthouden.
- Inrichting van de Bokhovense Polder als nieuw waterbergingsgebied.
De waterschappen dragen ieder 175 miljoen euro bij voor de eerste tien jaar. Hoe de aanpassingen daarna — tot 2050 — gefinancierd worden, moet nog worden uitgewerkt. Met de combinatie van technische verbeteringen en uitbreiding van opvanggebieden willen de betrokken overheden de risico’s op korte termijn verkleinen en de regio beter voorbereiden op de toekomst.