Frans wordt niet heel blij van het dier dat Roland zag

zaterdag, 14 maart 2026 (08:36) - Omroep Brabant

In dit artikel:

Boswachter Frans Kapteijns beantwoordt deze week vragen van lezers over vijf natuurwaarnemingen. Deel twee van zijn Stuifmail verschijnt zondagmorgen.

Invasieve wants: Roland Raijmakers dacht een bladpootrandwants te hebben gefotografeerd, maar Kapteijns herkende de bruingemarmerde schildwants (ook Aziatische stinkwants). Oorspronkelijk uit Oost-Azië, werd deze soort in 2018 voor het eerst in Nederland gezien (destijds in Limburg) en breidde zich vanaf 2019 snel verder uit. Zowel nimfen als volwassen dieren zuigen plantensappen uit bladeren en vruchten, kunnen fruit aantasten en vervormen door prikschade, en geven een doordringende geur af (vergelijkbaar met koriander). Omdat ze niet goed tegen koude winters bestand zijn zoeken ze vaak beschutting in huizen; platdrukken of verstoren veroorzaakt langdurige stank. De soort wordt als plaag beschouwd vanwege mogelijke schade aan fruitteelt.

Zwarte vlekken op populieren: Cor Kuijstermans stuurde een foto van een populier in natuurgebied De Brand bij Udenhout met zwarte vlekken op de stam. Kapteijns bespreekt drie mogelijke oorzaken — verwonding, bacteriële infectie of schimmel — en concludeert dat het waarschijnlijk om een schimmelinfectie gaat, mogelijk schorsbrand. Schorsbrand komt vaak voor bij verzwakte populieren en leidt tot afsterven van schorsdelen, barsten en soms het afsterven van hele jonge bomen. Verzwakking door droogte, slechte standplaats of andere schimmelziekten vergroot de kans. Behandeling bestaat vooral uit verwijderen en snoeien van aangetaste delen.

Muis of rat?: Petra van Andel stuurde een foto van een klein knaagdier; het bleek een huismuis. Kenmerken zijn grijsbruine vacht, spitse snuit, grote oren en lange dunne staart; volwassen huismuizen worden tot circa 10 cm. Ze leven in groepen, zijn nachtactief, knagen om hun tanden te slijten en volgen mensen graag als cultuurvolgers. Huismuizen richten soms schade aan aan voorraden en kabels, nestelen op beschutte plekken (zolders, spouwmuren, schuren, pakhuizen) en planten zich snel voort (draagtijd ~3 weken, gemiddeld 5–6 jongen). Veel roofdieren zoals uilen, vossen en marterachtigen jagen op hen.

Geen hagedis maar watersalamander; grote huisspin: Nelly van der Heijden dacht een hagedis bij de achterdeur te hebben, maar het was een kleine watersalamander. Deze amfibieën ontwaken vroeg uit hun winterslaap (soms al in februari) en trekken bij milde nachten (boven ongeveer 5–10 °C) naar het water om te paren; in maart zijn ze vaak al actief en mannetjes zijn begin mei druk met het aantrekken van vrouwtjes, die hun eieren op waterplanten afzetten. Daarnaast vond Nelly een opvallend grote spin: Kapteijns identificeerde die als een vrouwtje van de gewone huisspin (familie trechterspinnen). Vrouwtjes hebben een lichaamslengte tot ~18 mm en poten tot ~45 mm; mannetjes kunnen nog langere poten hebben en verschijnen vooral in het vroege voorjaar. Vrouwtjes verblijven meestal in en rond huizen.

Kort, praktisch advies bij ziekten en plaagdieren is snoeien en verwijderen van aangetaste boomdelen, letten op verspreiding van invasieve soorten en het nemen van hygiënemaatregelen tegen muizen in en rond gebouwen.