Grote brouwers hebben veel te zeggen in de Bossche binnenstad, maar is het te veel?

woensdag, 4 november 2026 (20:01) - Dtv Nieuws

In dit artikel:

In de Bossche binnenstad hebben de drie grote brouwerijen Heineken, AB InBev en Royal Swinkels een sterke positie in de horeca. Uit onderzoek van Woeste Grond en Dtv Nieuws onder 74 cafés, restaurants en andere horecazaken blijkt dat slechts drie ondernemingen volledig brouwerijvrij zijn. Bij de overige 71 zaken bestaat een contractuele of financiële band met een van de brouwers.

Die samenwerking kan verschillende vormen aannemen. Ondernemers sluiten bijvoorbeeld een maandelijks opzegbaar leveringscontract, maar ook langdurige contracten van drie of vijf jaar komen voor. Brouwerijen financieren geregeld tapinstallaties, koelingen, onderhoud, inrichting en marketing. In ruil daarvoor moeten ondernemers vaak vooral of uitsluitend de eigen merken schenken. Heineken levert onder meer Heineken, Amstel, Brand en Affligem; Swinkels is bekend van Bavaria, La Trappe en Cornet, terwijl AB InBev onder andere Hertog Jan, Dommelsch en Jupiler voert.

De invloed gaat verder dan bierlevering. In Den Bosch zijn negen horecapanden direct eigendom van een van de drie brouwerijen. Daarnaast zijn brouwerijen bij veertien zaken tussenhuurder: zij huren het pand van de eigenaar en verhuren het door aan de horecaondernemer. Heineken heeft onder meer posities bij De Druif, Café de Uilenburg en Tapasbar Tres. AB InBev zit als tussenhuurder bij onder andere De Basiliek en Het Veulen; Swinkels vervult die rol bij Café Reinders en NomNom.

Voor brouwerijen is vastgoed een manier om langdurig invloed te houden op locaties en de afzet van hun bier te verzekeren. Voor pandeigenaren biedt verhuur aan een brouwerij vooral zekerheid: de huur wordt doorgaans op tijd betaald, ook wanneer een horecazaak minder goed draait. Ondernemers krijgen op hun beurt vaak flinke kortingen, zeker wanneer zij meerdere zaken bundelen. Ook nemen brouwerijen praktische taken over, zoals het plaatsen en reinigen van tapinstallaties en het leveren van glazen en promotiemateriaal.

Ondernemer Jacques van Geffen stapte met vijf zaken over naar Heineken om een betere korting te krijgen. Bij zijn zaak BUURT betaalde Heineken bovendien de tapinstallatie en koeling. Daar staat tegenover dat het contract voorschrijft dat vooral Heineken-bier wordt verkocht. Andere ondernemers ervaren zulke afspraken als beperkend, omdat zij weinig ruimte hebben om bieren van concurrenten of nieuwe speciaalbieren op de tap te zetten.

De brouwerijvrije positie van café Den Oetel, waar sinds 1985 Grolsch wordt geschonken zonder langdurige verplichtingen, is daardoor uitzonderlijk. Eigenaresse Henny Adriaans waardeert dat zij van leverancier kan wisselen wanneer zij dat wil. Ook café-eigenaar Mark Kops kiest bewust voor een vrij opzegbare deal. Hij vindt dat brouwerijen bier moeten leveren en geen verhuurders moeten worden, zodat ondernemers bij tegenvallende resultaten zelf oplossingen kunnen zoeken.

Tegelijkertijd erkennen veel horecaondernemers dat de constructies in de huidige markt moeilijk te vermijden zijn. De kortingen en ondersteuning zijn vaak noodzakelijk om de kosten beheersbaar te houden, terwijl pandeigenaren zekerheid zoeken. Otto van den Groenendaal, voorzitter van de lokale afdeling van Koninklijke Horeca Nederland, noemt de situatie vooral een gevolg van marktwerking. Volgens hem kunnen ondernemers zelf kiezen, maar nemen zij zonder brouwerijcontract ook meer financieel risico en missen zij ondersteuning bij bijvoorbeeld evenementen.

Royal Swinkels zegt dat afspraken per ondernemer worden gemaakt en gericht zijn op een gezonde, duurzame samenwerking waarbij de ondernemer zelfstandig blijft. Heineken noemt vastgoed geen doel op zich, maar een mogelijke vorm van ondersteuning naast apparatuur, kennis, marketing en financiering. Het bedrijf wil niet ingaan op zijn vastgoedbezit of afzonderlijke locaties. AB InBev reageerde niet inhoudelijk op de vragen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Dave Maasland vertelt In de Wandelgangen over zijn nieuwe tv-programma: 'Ik hoop echt...'