'Héé meneer Breukel, zing ff Anoesjka!' Waarom Oeteldonkse klassiekers zo populair blijven

donderdag, 5 februari 2026 (17:01) - Dtv Nieuws

In dit artikel:

Anoesjka van Spuit Elluf illustreert hoe een Oeteldonks lied decennialang overeind kan blijven: het nummer wordt al sinds 1989 meegezongen in Den Bosch en herkent zanger Steph Breukel nog dagelijks op straat. Breukel (76) vertelt dat hij het lied niet vaak meer zingt vanwege zijn leeftijd, maar dat hij het jaarlijks op dinsdagmiddag nog één keer uitvoert wanneer de stad vol lokale carnavalsvierders is. De oorsprong van Anoesjka is verbonden aan plannen voor een theater op de Parade die nooit doorgingen — de Sint-Janskathedraal stond volgens oude opvattingen “op huiden” en men durfde geen beton te storten — waardoor het verhaal achter het lied grotendeels in het collectieve geheugen vervaagd is.

Voor makers als Breukel en Hans Tervoort van Foe Jong Bende draait een goed Oeteldonks nummer om eenvoud, herkenbaarheid en humor. Tervoort benadrukt dat een sterke kreet en aanstekelijke melodie essentieel zijn; het schrijversproces begint vaak met “pielen achter de piano.” Beide muzikanten vinden dat veel huidige liedjes te veel van hetzelfde vieren — telkens looft men Oeteldonk als ideaal — en pleiten af en toe voor meer variatie, bijvoorbeeld nummers die oproepen tot hossen of traditionele sliertdansjes. Breukel zegt ook: “Je moet kunnen lachen,” en wijst op het belang van gein en kolder om publiek van alle leeftijden te trekken.

De impact van zulke liedjes komt vooral tot uiting tijdens vaste carnavalsmomenten: het Stationsplein bij de aankomst van Prins Amadeiro en de onthulling van Knillis noemt Tervoort telkens weer het hoogtepunt. Favorieten van beide artiesten zijn oudere schrijvers zoals Wim Kersten en Ad Siemons, die breed gedragen en tijdloze teksten maakten. Jongeren blijken gevoelig voor die luchtige, meezingbare nummers, wat verklaart waarom bepaalde Oeteldonkse hits generaties lang blijven leven.