Het Bossche gemeentelijke spaarvarken puilt uit. Nóg wel

zondag, 22 maart 2026 (10:30) - Dtv Nieuws

In dit artikel:

De gemeente ’s-Hertogenbosch zit er financieel uitstekend bij: er is ruimte om te investeren en nieuwe wethouders krijgen geen directe noodzaak tot ingrijpende bezuinigingen. Voorbeelden van recente en geplande uitgaven zijn het nieuwe Huis73 aan de Hinthamerstraat (waarbinnen de bibliotheek), de renovatie van Theater aan de Parade en een gemeentelijke bijdrage van ruim 58 miljoen euro voor een nieuw NS-station en de openbare ruimte daaromheen.

Accountants- en adviesbureau BDO beoordeelde Den Bosch vorig jaar als één van de best presterende grote gemeenten (bronzen positie onder gemeenten boven 100.000 inwoners) en gaf een hoog rapportcijfer. Sinds 2020 behoort Den Bosch steeds tot de top zes van zulke gemeenten. Toch waarschuwt BDO met de titel “Schijn bedriegt”: ondanks forse reserves liggen er serieuze financiële uitdagingen in het verschiet.

Hoe is de financiële positie opgebouwd?
- Jaarlijks totaalinkomen voor 2026 rond 985 miljoen euro: 449 miljoen uit de algemene uitkering uit het Gemeentefonds, 418 miljoen uit specifieke uitkeringen en grondexploitatie en circa 118 miljoen uit lokale heffingen (onroerendezaakbelasting, afval- en rioolheffingen).
- Lokale lasten zijn voor Bossche huishoudens relatief laag: gemiddeld 864 euro per jaar in 2025, onder het landelijke gemiddelde van 1.050 euro.
- De gemeente heeft een algemene reserve van bijna 49,6 miljoen euro en grote bestemmingsreserves (oorsprong grotendeels in de verkoop van Essent-aandelen in 2008, toen 388 miljoen euro opgebracht; daarvan is nog ongeveer 290 miljoen in bestemmingsreserves).

Waar zitten de risico’s?
- Grote investeringen en opgaven zoals de energietransitie, de bouw van duizenden woningen en infrastructurele projecten vragen om veel kapitaal. Daardoor zal de gemeentekas op den duur slinken en mogelijk lenen noodzakelijk worden.
- Uitvoeringskracht is een knelpunt: personeelstekorten en een overbelast elektriciteitsnet kunnen projecten vertragen of duurder maken.
- Jeugdzorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) vormen een structureel probleem voor veel gemeenten; kosten hiervan lopen op. Den Bosch geeft aan dat de oplopende kosten tot en met 2028 te dekken zijn uit reserves, maar daarna verwacht men grote druk, mede omdat het Rijk vanaf 2028 flink op jeugdzorg gaat bezuinigen.

Politieke keuzes en conflicten
- Na de gemeenteraadsverkiezingen lijken D66 en GroenLinks/PvdA de grote winnaars en kunnen zij mogelijk elk twee wethouders leveren. De nieuwe coalitie krijgt relatief veel speelruimte, maar moet op termijn pijnlijke keuzes maken, vooral op jeugdzorg en Wmo.
- Linkse partijen willen meer doen voor kwetsbare bewoners; rechtse partijen benadrukken het laag houden van lokale lasten en terughoudendheid bij extra uitgaven. In 2024 leefden volgens het CBS circa 4.660 Bosschenaren in armoede, wat het debat voedt over extra lokale maatregelen.
- Controverses rond grote projecten: in het gemeentelijke Structuurfonds staan tien projecten met een gezamenlijke wensfinanciering van circa 202 miljoen euro. Niet alles zal doorgaan; discussie bestaat over het schrappen van bijvoorbeeld 28 miljoen voor een nieuw Design Museum (voorstel verworpen) en over de financiering en samenstelling van het NS-station-project.
- Een concreet twistpunt is de verhouding sociale huur versus koop in nieuwe bouwprojecten: de VVD suggereerde minder sociale huurwoningen om hogere opbrengsten te genereren, wat door links als “asociaal” werd bestempeld.
- Lokale partijen als Leefbaar willen stoppen met ‘prestigeprojecten’ en pleiten voor minimaal 10% krimp van de ambtelijke organisatie, vooral managementlagen, wat brandstof geeft voor bezuinigingsdebatteringen.

Kortom: Den Bosch begint met een riante uitgangspositie en kan de komende jaren investeren zonder onmiddellijke pijn voor inwoners, maar structurele opgaven (zorgkosten, energietransitie, woningbouw) en aangekondigde rijksbezuinigingen maken dat keuze- en prioriteringsvraagstukken onvermijdelijk zijn. De nieuwe coalitie krijgt de taak om te beslissen welke projecten prioriteit krijgen en waar eventueel bezuinigd of gesneden moet worden.