Een kleine wondertje in Boerdonk, Frans legt uit wat het is
In dit artikel:
Stuifmailvraag: lezers worden gevraagd drie soorten spinnenwebben te noemen via een meerkeuzevraag (drie opties) en kunnen hun antwoord mailen naar [email protected]. De winnaar ontvangt een kwartetspel over Nederlandse nationale parken; het juiste antwoord wordt zondag tussen 11:00 en 12:00 uur bekendgemaakt.
Kleine eikelboorder: Ies Vossenberg zag in Boerdonk een klein kevertje dat werd geïdentificeerd als de kleine eikelboorder, een snuitkever van maximaal circa 7,5 mm. Het opvallende gedrag van het vrouwtje is het boren met de lange snuit in onrijpe eikels om daar één eitje per tunnel af te zetten; per kever kunnen tot zo’n vijftig tunnels gemaakt worden. De larve ontwikkelt zich veilig in de eikel, kruipt na rijping in de herfst de bodem in om te verpoppen en komt als volwassen kever tevoorschijn in mei–juni.
Onthoofde merels: er zijn meldingen van merels zonder kop op straat. Mogelijke veroorzakers zijn stedelijke predatoren zoals huiskatten, sperwers, steenmarters en vossen; in buitengebieden kunnen ook haviken of bosuilen verantwoordelijk zijn. Het onthoofden van vogels levert roofdieren relatief snel en voedzaam materiaal op, omdat de kop veel vetten en eiwitten bevat.
Vreemde vogel in de tuin: een lezer trof een bruin-getinte, vrij grote vogel aan die als fazant is herkend. Fazanten zijn oorspronkelijk uit Azië geïntroduceerd en hebben zich in agrarische en bosrandgebieden aangepast. Mannetjes zijn kleurrijk met lange staarten en vertonen in het voorjaar baltsgedrag en territoriumdrift; ze vormen vaak harems van meerdere vrouwtjes. De vrouwtjes blijven camouflerend van kleur en brengen veel tijd op de grond door.
Web met rupsjes: Judith Plooijer zag een boom bedekt met een web vol rupsjes. Dit betreft doorgaans spinselmot- of stippelmotrupsen die grote, taaie webben spinnen om zich te beschermen tegen vijanden. Dergelijke webben kunnen struiken of hele bomen kaal eten; veel gastherbomen (meidoorn, sleedoorn, kardinaalsmuts, vogelkers) herstellen later weer doordat ze goed aangepast zijn aan dit verschijnsel. Het fenomeen treedt vooral in mei en juni op.
Kraaien op Rhodos: op Rhodos werden kraaien gezien met een tweekleurig, grijs-zwart verenkleed — bonte kraaien (hooded crows). Deze standvogels zijn algemeen in Griekenland. In Nederland komen ze nog sporadisch voor, vooral vroeger vanuit Scandinavië; hun afname hier hangt mogelijk samen met milder geworden winters in het noorden waardoor ze niet meer massa-matig wegtrekken. Bonte kraaien hebben naast typische kraaienklanken ook een extra geluid bij het landen, vermoedelijk om elkaar te waarschuwen.
Kort, informatief en praktisch: meldingen uit heel het land leveren waarnemingen en natuurinformatie op, van insectbiologie tot roofdiergedrag en vogelherkenning.