Het stille verdriet van Riet (78) na 4 miskramen en overleden zoon

zondag, 22 maart 2026 (12:07) - Omroep Brabant

In dit artikel:

Toen het rouwkaartje voor haar man Sjaan in april 2025 werd verspreid, viel veel mensen een klein kruisje achter de naam ‘Sebastiaan’ op. Pas toen bleek dat Riet (78) naast haar dochters twee zonen — Jan en Corné — ook een derde kind had gekregen dat als pasgeborene overleed. Dat geeft aanleiding voor Riet om voor het eerst openlijk te vertellen over decennialange vruchtbaarheidsproblemen, miskramen en het verlies van twee kinderen.

In de jaren tachtig verhuisden Riet en Sjaan naar een boerderij in Made; hun jongens waren toen zes en acht. Het vinden van oude babykleertjes wekte de wens voor een derde kind, maar dat liep uit op meerdere tegenslagen: twee miskramen rond de derde maand, met lichamelijke en psychische klachten zoals hyperventilatie en spanning. Uiteindelijk werd in 1982 in het ziekenhuis van Raamsdonksveer hun zoon Sebastiaan geboren. Hij wilde niet drinken en werd overgebracht naar het ziekenhuis in Tilburg. Daar kreeg hij een ziekenhuisbacterie; pogingen hielpen niet meer en hij stierf na een week. Riet herinnert zich hoe ze te zwak was om hem te bezoeken en dat haar man haar mogelijk afschermde van wat er gebeurde; zij heeft hem nooit goed gezien en was niet bij de begrafenis op het kerkhof van Made. Verpleegkundigen gaven haar later foto’s die ze lange tijd niet kon aankijken.

Het verdriet bleef: bij een volgende zwangerschap bleek het kind tegen het einde van de zwangerschap overleden en verstrikt geraakt in de navelstreng — het zou Sander heten. Riet vertelt hoe in het ziekenhuis zonder haar expliciete toestemming een middel werd toegediend waardoor zij niets van de bevalling meemaakte; ze zag alleen hoe verpleegkundigen later iets in een groen zeil rolden. Het kindje werd gecremeerd, maar de familie ontving alleen de rekening. Nog een daaropvolgende zwangerschap eindigde opnieuw in een miskraam na drie maanden; toen raadden arts en man aan te stoppen met verdere pogingen.

Riet blikt terug op een tijd waarin over dit soort verlies nauwelijks werd gepraat. “In die tijd praatte je daar gewoon minder over,” zegt ze; pas recentelijk, nadat mensen op de rouwkaart vragen stelden, begon ze er meer over te praten. De boerderij en de dieren boden haar destijds troost: de varkens die hun hoofd opstaken als ze voer gaf, gaven haar afleiding en nabijheid. Ze zegt ook dat ze nu beter begrijpt wat ze had kunnen gebruiken — steun van andere vrouwen, groepsbijeenkomsten en open gesprekken — en vindt het positief dat daar nu veel meer aandacht voor is.

Tegen de achtergrond van medische en maatschappelijke veranderingen markeert Riets verhaal hoe perinatale rouw lang onzichtbaar bleef en hoe gebrek aan communicatie en het ontbreken van passende nazorg levenslang kan doorwerken. Vandaag bestaat er meer erkenning voor rouw na miskramen en overleden pasgeborenen: sprake van betere informatie, overleg over medische handelingen en gespecialiseerde steun, iets wat Riet achteraf had gewenst.