Hogere strafeis in hoger beroepzaak brute mishandeling Bossche vrouw
In dit artikel:
Het gerechtshof bekeek dinsdag in hoger beroep of de 59‑jarige B. daadwerkelijk verantwoordelijk is voor de gruwelijke mishandeling van een vrouw uit Den Bosch. B. werd in januari 2024 door de rechtbank veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag en meerdere mishandelingen die eind 2022 en in februari 2023 zouden hebben plaatsgevonden. De feiten omvatten onder meer stoten in het gezicht, op de borst stampen en een klap tegen het achterhoofd; in februari 2023 zou hij het huis van het slachtoffer zijn binnengedrongen en haar met een koevoet hebben mishandeld.
B. ontkent altijd schuld te hebben gehad en ging in hoger beroep. Zijn advocate betoogde dat de bewijzen weerlegbaar zijn: de identificatie op camerabeelden door het slachtoffer zou niet door getuigen worden bevestigd, de gevonden koevoet in zijn auto leverde geen sporen op en het slachtoffer zou meerdere keren onwaarheden hebben verteld. Ze vroeg vrijspraak. Volgens de verdediging leeft B. sinds zijn aanhouding in een “nachtmerrie” en wil hij zo snel mogelijk terug om voor zijn ernstig zieke moeder te zorgen.
De advocaat‑generaal sprak van een “beestachtige” mishandeling, meent dat de verdachte op de beelden is te zien en vindt de eerder opgelegde straf aan de lage kant. Hij eiste zes jaar gevangenisstraf en een contact‑ en gebiedsverbod van vijf jaar. Het hof doet uitspraak op 4 mei.