Irene Brigade vol in de aanval en Russen bij Dussen verdwijnen
In dit artikel:
Op 23 april 1945 begonnen Nederlandse en Britse troepen bij Den Bosch aan Operatie Orange, een risicovolle en omstreden aanval om het zuiden van Nederland te bevrijden. Vanuit Engelen staken ongeveer 140 militairen van de Prinses Irene Brigade, bijgestaan door Britse mariniers, de Maas over naar het zwaar beschadigde en uitgestorven dorp Hedel in Gelderland. De aanval verliep aanvankelijk volgens plan met snelle overgave van Duitse soldaten, maar na het per ongeluk activeren van alarmdraden braken zware gevechten uit waarbij vele militairen aan beide zijden gewond raakten of vermist raakten.
Half april kwam het bevel van veldmaarschalk Montgomery aan alle geallieerde troepen in Nederland om aanvallen te staken, omdat hij de voorkeur gaf aan onderhandelingen over humanitaire hulp. Ondanks dit bevel ging Operatie Orange door en werd zelfs versterking uit Brabant ingezet, waaronder een gevechtsgroep uit Vlijmen die 's avonds via varende pantserrupsvoertuigen de Maas overstak.
Tegelijkertijd waren Britse commando’s actief in West-Brabant, waar zij Duitse soldaten gevangen namen. Onder deze Duitsers bevonden zich ook Sovjetstrijders, waaronder leden van het Wolga-Tatarenbataljon, voormalige Rode Leger-soldaten die na gevangenneming hadden gekozen voor Duitse dienst om hongerdood te voorkomen. Deze ingezetenen van vreemd nationaliteit vormden een apart fenomeen binnen de Wehrmacht in Nederland.
Op Texel leidde dit tot grote onrust toen Georgische soldaten, eveneens ex-Sovjetsoldaten in Duitse dienst, in april 1945 in opstand kwamen tegen de Duitsers, wat resulteerde in een langdurige strijd met ongeveer 1500 doden. Door toenemende deserties en veranderende verhoudingen werden dergelijke vreemde eenheden, waaronder de Wolga Tataren in Brabant, uiteindelijk vervangen door Duitse marinesoldaten. Hierdoor verzwakte de Duitse bezetting in gebieden als het Land van Heusden en Altena aanzienlijk, vlak voor het einde van de oorlog.