Is D66 in Oss niet eigenlijk DENK66? Kritiek op sterke Turks-conservatieve inbreng bij coalitiepartij
In dit artikel:
D66 Oss boekte bij de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart winst (van drie naar vier zetels), maar de vreugde sloeg bij een deel van de lokale aanhang om toen twee van de nieuw gekozen raadsleden onverwacht voorkeurstemmen kregen: Alperen Çetin en Ferhat Köycü stonden slechts 14e en 15e op de lijst, maar kwamen dankzij respectievelijk 345 en 325 stemmen in de raad. Daardoor vielen hoger geplaatste kandidaten buiten en moest lijsttrekker Bekir Atman, kort daarna benoemd tot wethouder en de eerste Turkse wethouder van Oss, zijn raadszetel aan Raoul Brands laten. De twee nieuwkomers waren beide nog kort lid van D66; het landelijke bureau had daarom extra gesprekken met hen geadviseerd.
De uitslag wekte in Oss oude vermoedens van invloed door moskeeën op het stempatroon bij Turkse kiezers. Al decennia circuleren verhalen — deels anekdotisch en zonder harde bewijzen — dat islamitische verenigingen en moskeebesturen mensen mobiliseren, voorkeurstemmen coördineren of kandidaten steunen of afwijzen op basis van hun afkomst of politieke gezindheid. Getuigen spreken van strategische afstemming binnen gemeenschappen, van kandidaten die worden geweigerd in moskeeën (bijv. vanwege Koerdische of alevitische achtergrond) en van partijen die als tegenprestatie veel nieuwe leden zouden krijgen. Dtv Nieuws vroeg om reacties bij de betrokken moskeeën, maar kreeg geen antwoord.
Belangrijk in de discussie is de relatie van sommige nieuw gekozenen met organisaties als Milli Görüs en Diyanet. Çetin vertelt publiekelijk over werk voor Hasene, een hulporganisatie die valt onder de paraplu van Milli Görüs; ingewijden en politici wijzen erop dat Milli Görüs in andere landen — onder meer in Duitsland — door veiligheidsdiensten wordt gevolgd vanwege een ideologie die volgens critici haaks kan staan op westerse democratische normen. Nurettin Altundal (oud-raadslid, FNV-bestuurder) waarschuwt dat behoudende Turks-religieuze organisaties via sportclubs, winkels en moskeeën de lijntjes met de gemeenschap kort houden en zo invloed uitoefenen op stemgedrag en lokale politiek, onder andere met het oog op subsidievraagstukken of bestemmingsplannen voor moskeeën.
Niet iedereen deelt de duiding dat er sprake is van georganiseerde inmenging. Ziya Aydogan, eerder door voorkeurstemmen gekozen en actief in de lokale politiek, ontkent dat zijn politieke loopbaan door moskeeën werd gestuurd en zegt dat campagne voeren in moskeeën gewoon deel kan zijn van politieke praktijk: het zijn bijeenkomsten waar veel mensen samenkomen. D66-voorzitter Harmen Klaver benadrukt een inclusieve benadering: verschillen in achtergrond mogen geen criterio worden om kandidaten buiten te sluiten; het partijbestuur voerde wel gesprekken met de twee nieuwkomers over hun betrokkenheid en de waarden van D66, maar vermeden expliciet religieuze toetsing. Zowel Çetin als Köycü zeggen zich te herkennen in D66’s uitgangspunten en willen als raadsleden onafhankelijk opereren; Köycü wil geen details geven over banden met Milli Görüs of Diyanet.
Politieke waarnemers wijzen op bredere patronen: landelijk stemmen veel Turkse Nederlanders op DENK, een partij die pro-Turks establishment en pro-Erdogan wordt genoemd; in Oss ontbreekt een sterke DENK-afdeling en vullen lokaal Turkse kiezers soms andere politieke gaten. Oud-wethouder Jules Iding en anderen beschrijven situaties waarin nieuwe moskeeën leden of steun boden aan partijen, maar benadrukken ook dat zulke aanbiedingen niet automatisch tot samenwerking leiden.
Concluderend: de verkiezingsuitslag in Oss heeft oude debatten over religieuze verenigingen, voorkeurstemmen en politieke invloed opnieuw aangewakkerd. Er zijn aanwijzingen en anekdotische verhalen over mobilisatie binnen de Turkse gemeenschap en banden van enkele gekozenen met religieuze organisaties, maar er is geen sluitend bewijs van georganiseerde ronseling of onrechtmatigheden. De gekozen D66’ers en het lokale partijbestuur benadrukken vertrouwen in democratische procedures en in hun nieuw gekozen raadsleden, terwijl critici en ingewijden blijven waarschuwen voor de subtiele manieren waarop culturele en religieuze netwerken politiek gewicht kunnen krijgen.