Johan van Laarhoven 'geen onrecht aangedaan', miljoenenclaim is nu kansloos
In dit artikel:
De rechtbank in Den Haag oordeelt dat de Nederlandse Staat zich niet onrechtmatig heeft gedragen door in 2014 om rechtshulp te vragen aan Thaise autoriteiten, ook al leidde dat verzoek uiteindelijk tot de arrestatie van Johan van Laarhoven (65) in Thailand en zijn langdurige verblijf onder erbarmelijke omstandigheden. Volgens de rechter bestond er tijdens het hele traject een redelijk vermoeden van schuld tegen Van Laarhoven, waardoor politie en Openbaar Ministerie bevoegd waren om hulp te vragen, ondanks het bekende risico op mensenrechtenschendingen in Thailand.
In juli 2014 stuurde de Nederlandse politie een brief naar Thailand met het verzoek om beslag te leggen op gelden, telefoontaps te plaatsen en huis- en kantooronderzoeken uit te voeren. Er werd formeel geen arrestatieverzoek gedaan, maar de Thaise politie arresteerde uiteindelijk Van Laarhoven en zijn vrouw. Van Laarhoven kreeg in Thailand een zware straf en zat lange tijd in een gevaarlijke gevangenis; later mocht hij het restant van zijn straf in Nederland (Vught) uitzitten na bemiddeling.
Johan en zijn broer Frans sleepten de Staat aan de rechter en stelden dat de Nederlandse brief de arrestatie had uitgelokt en dat Johan als het ware “voor de leeuwen” was gegooid. De rechtbank wees die klachten af. De rechters gingen mee in het argument dat niet optreden het risico had gehad dat bewijsmateriaal zou verdwijnen en dat de Nederlandse autoriteiten geen opzet hadden om hem in Thailand te laten oppakken.
Als gevolg van het vonnis zijn ook grote schadeclaims van tafel: in de dagvaarding werd een bedrag van ruim 44 miljoen euro genoemd, dat nu weinig kansrijk is, en een aparte vordering van circa 280.000 euro voor kosten waarop broer Frans hoopte is eveneens afgewezen. De uitspraak verwijst bovendien naar eerdere strafrechtelijke uitkomsten: in 2024 kreeg Van Laarhoven in Breda een boete en betaalde hij mee aan terugvordering van 7,75 miljoen euro, wat de rechtbank meeneemt in haar oordeel over het redelijk vermoeden van schuld.
Van Laarhoven houdt zijn onschuld vol; de rechtbank oordeelt echter dat uit stukken blijkt dat hij vanuit Thailand betrokken bleef bij bedrijfsvoering van The Grass Company, wat de conclusie over het vermoeden van schuld ondersteunt. Het arrest vormt een belangrijke uitspraak over de grenzen van internationale rechtshulp wanneer menselijke risico’s in het spel zijn.