Johan van Laarhoven woest over vonnis, advocaat gaat in hoger beroep
In dit artikel:
Johan van Laarhoven (65) is woedend en zwaar teleurgesteld omdat de rechtbank in Den Haag woensdag heeft geoordeeld dat de Nederlandse staat niet aansprakelijk is voor zijn jarenlange, volgens hem mensonterende detentie in Thailand. Van Laarhoven, destijds verdachte in een groot onderzoek naar vermeend witwassen en belastingontduiking rondom zijn coffeeshops in Den Bosch en Tilburg, zegt dat politie en Openbaar Ministerie (OM) zijn opsporing in Thailand hebben uitgelokt. Hij noemt de uitspraak bewijs dat Nederland geen onafhankelijke rechtspraak kent en noemde het land zelfs "geen rechtsstaat maar een bananenrepubliek".
De rechtbank oordeelde echter dat Nederlandse opsporingsdiensten volgens de regels handelden toen zij Thaise collega’s om hulp vroegen; zij hadden volgens de rechter geen reële alternatieve keuze om te voorkomen dat bewijs werd verborgen. De rechtbank ziet daarom geen grond voor staatsaansprakelijkheid.
Van Laarhoven verwijst naar een kritisch rapport van de Nationale Ombudsman waarin wordt geconcludeerd dat politie en justitie fouten maakten door hem aan de Thaise autoriteiten over te leveren. Hij vindt dat dat rapport door de rechtbank buiten beschouwing wordt gelaten. Ook ergert hij zich aan het image van vermeende witwasser en aan berichten over een feest op de Nederlandse ambassade na zijn arrestatie.
Zijn advocate, Lisa Jie Sam Foek, noemt de uitspraak pijnlijk en zeer teleurstellend en kondigt direct hoger beroep aan. Zij stelt dat Van Laarhoven had aangeboden naar Nederland te komen en het OM dat blijkbaar had geaccepteerd, maar dat het OM desondanks de Thai heeft verzocht tot vervolging over te gaan, terwijl men op de hoogte was van de detentieomstandigheden. Zij betwist verder dat uit de Thaise beslaglegging ooit geld naar Nederland is gekomen.
Van Laarhoven blijft ontkennen dat hij heeft gewit en ziet de zaak als een voorbeeld van ernstig falen van Nederlandse opsporingsinstanties; de juridische strijd wordt voortgezet met het aangekondigde hoger beroep.