Kreeg Den Bosch er in vier jaar 2.600 of 4.000 woningen bij? Zo zit het echt

maandag, 16 maart 2026 (20:30) - Dtv Nieuws

In dit artikel:

In ’s-Hertogenbosch ontstond tijdens een Dtv-debat een felle discussie over hoeveel woningen de gemeente in de afgelopen vier jaar daadwerkelijk heeft opgeleverd. Tegenstanders: Maarten Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) en Pieter Paul Slikker (GroenLinks/PvdA), die als voormalig wethouder verantwoordelijk was voor woningbouw.

Kagie haalt ongeveer 2.600 extra woningen aan, gebaseerd op het dashboard ‘Woningvoorraad’ van de gemeente: 74.218 woningen op 1 januari 2022 versus 76.847 op 1 januari 2025. Die telling betreft de woningvoorraad op die peildata en mist nieuwbouw die later in 2025 is toegevoegd, waardoor Kagie feitelijk slechts drie van de vier bestuursjaren meerekent. Slikker rekent anders: hij kijkt naar de totale woningproductie (nieuwbouw en transformaties) en laat Dtv-cijfers zien van 3.763 opgeleverde woningen in de periode, inclusief voorlopige 2025-cijfers. Wanneer ook woningsplitsingen worden meegerekend — iets wat recent is afgesproken om voortaan op het dashboard te monitoren — komt Slikker uit op 4.013 woningen.

De kloof tussen voorraad en productie wordt deels verklaard door sloop voorafgaand aan nieuwbouw; de productie is een bruto‑maat en de voorraad een netto‑maat. Kagie benadrukt dat het om netto-toename gaat: wat is het daadwerkelijke extra woningaanbod voor inwoners? Slikker weerspreekt dat en stelt dat er meer gebouwd is dan Kagie aangeeft, en pleit voortaan voor een andere verantwoordingsmaat: niet alleen het aantal woningen, maar het aantal personen dat daadwerkelijk huisvesting heeft gekregen, omdat eenheden ook door één persoon bewoond kunnen worden. De discussie raakt aan bestuurlijke verantwoordingsvragen: op welke indicatoren moet een wethouder worden afgerekend en hoe moet de gemeentelijke data‑rapportage worden ingericht?