Laatste vlucht met deel opvarenden Hondius geland op vliegbasis Eindhoven
In dit artikel:
Het laatste vliegtuig met opvarenden van het Nederlandse cruiseschip Hondius, dat te maken kreeg met een uitbraak van het hantavirus, landde in de nacht van maandag op dinsdag op vliegbasis Eindhoven. De vlucht kwam uit Tenerife en bracht vooral bemanningsleden terug, onder wie een Nederlander; ook een arts en twee epidemiologen zaten mee. Vertrek van de vlucht werd vertraagd doordat het schip door harde wind aanvankelijk niet kon aanmeren; toen dat wel lukte werden de bemanningsleden per bus naar het vliegveld gebracht.
Alle geëvacueerden moeten zes weken thuis in quarantaine om mogelijke verdere verspreiding te voorkomen. Van de Nederlanders die aan boord waren, waren er in totaal dertien: acht gasten en vijf bemanningsleden. De acht gasten waren al eerder van Tenerife opgehaald en arriveerden zondagavond in Eindhoven. Op een andere, door Australië geregelde vlucht die avond zaten zes mensen (vier uit Australië, één uit Nieuw-Zeeland en één uit het Verenigd Koninkrijk); zij worden vanuit Eindhoven naar Australië verdergevlogen.
In Nijmegen zetten twaalf medewerkers van het Radboudziekenhuis zichzelf uit voorzorg in quarantaine omdat bij de behandeling van een patiënt standaardprocedures voor bloedafname en urineverwerking zijn gevolgd in plaats van extra strikte maatregelen. Het ziekenhuis schat de kans op besmetting voor het personeel als zeer klein.
De uitbraak op de Hondius begon tijdens de reis van Argentinië naar Kaapverdië, met rond 150 mensen aan boord. Meerdere opvarenden bleken besmet; drie personen — onder wie een Nederlands echtpaar — zijn overleden, en één persoon ligt nog in een Zuid-Afrikaans ziekenhuis. Het gaat om de gevaarlijkste Andes-variant van het hantavirus. WHO en RIVM achten een wereldwijde uitbraak onwaarschijnlijk omdat mens-op-mensoverdracht zeldzaam is. Passagiers van eerdere repatriëringsvluchten droegen mondkapjes en werden bij aankomst opgevangen door Rode Kruis en GGD.