Terwijl 42 procent van de kinderen bijna nooit buiten speelt, laten ze in Oss en Den Bosch zien hoe het ook kan
In dit artikel:
Op de Nationale Buitenspeeldag, woensdag, organiseerden vrijwilligers en lokale initiatieven in Oss en ’s-Hertogenbosch uiteenlopende activiteiten om kinderen weer naar buiten te krijgen. De acties zijn een antwoord op zorgen van stichting Jantje Beton: ongeveer 400.000 Nederlandse kinderen spelen zelden of nooit buiten.
In Oss zette het centrummanagement spel- en speurplezier neer in de binnenstad. Op de Heuvel konden kinderen bouwen met reuzen-Legoblokken; bij de achteringang van de bibliotheek op de Wal las een voorleesdame in een opvallende megajurk voor. Voor oudere kinderen waren er XXL‑spellen zoals vier op een rij, ringwerpen, Jenga en Twister. Bianca Lammerts, betrokken bij de organisatie, benadrukt dat buitenspelen meer oplevert dan vermaak: sociale vaardigheden leer je niet makkelijk online, en dit soort evenementen zouden vaker moeten plaatsvinden.
In Den Bosch organiseerde Kruiskamp Kids in het Beatrixpark een vossenjacht, waarbij kinderen in groepjes op zoek gingen naar verschillende ‘vossen’ in het park. Organisator Emiel van Dinther wil met zulke activiteiten de buurt meer met elkaar verbinden en een positieve sfeer stimuleren. De deelnemende kinderen noemden buitenspelen vooral leuk en gezond en merkten dat ze dan minder op hun telefoon zitten en makkelijker nieuwe mensen leren kennen.
Jantje Beton-onderzoek laat zien dat 42 procent van de kinderen binnenblijft omdat er niemand is om mee te spelen en dat 61 procent zelden bij buurtgenootjes aanbelt. De jaarlijkse Buitenspeeldag probeert die drempel te verlagen en kinderen opnieuw met elkaar en de openbare ruimte te laten kennismaken, met bijkomende voordelen voor beweging, sociale binding en wijkcohesie.