Vijf eeuwen ononderbroken bewoning ontdekt bij Westerhoven
In dit artikel:
Archeologen hebben in Westerhoven (Brabant) de oude dorpskern opgegraven en stuitten op een uitzonderlijke opeenvolging van bewoningssporen: op precies dezelfde plaats werd volgens onderzoek van de Karolingische tijd (achtste eeuw) tot in de dertiende eeuw onafgebroken gewoond. In de grote sleuf zijn paalkuilen, funderingen en bouwlagen teruggevonden; bovenop oudere huizen werden nieuwe gebouwd, waardoor "een soort geschiedenis in lagen" is ontstaan, aldus archeoloog Benjamin Tunker.
Onder de vondsten bevinden zich resten van een oorspronkelijk dertiende-eeuwse kerk met kerkhof, een luihuis (klokkengat) en een schoolgebouw, maar ook gebruiksvoorwerpen zoals aardewerk, botresten van runderen en geïmporteerd keramiek uit het Rijnland. Later teruggevonden muntjes dateren uit de zeventiende eeuw. De gelaagde continuïteit van bewoning is zeldzaam; meestal verplaatst een nederzetting zich in de loop der tijd.
De opgraving trok veel belangstelling: buurtbewoners en vrijwilligers van het plaatselijk museum in Bergeijk bekeken het onderzoek en verwezen naar eerdere vondsten in de regio, zoals Merovingische graven waarvan voorwerpen in Leiden te zien zijn. Zodra het archeologisch werk is afgerond, worden de sleuven weer dichtgemaakt en verrijst er een nieuwe woonwijk op de plaats. De vondsten bieden waardevolle inzichten in het dagelijks leven en de ontwikkeling van het dorp door de eeuwen heen.