Waarom dieren niet schrikken van noodweer, boswachter Frans legt het uit
In dit artikel:
Dieren blijken vaak al ruim vóór een storm te merken dat er slecht weer op komst is. Boswachter Frans legt uit dat ze waarschijnlijk reageren op veranderingen in luchtdruk, luchtvochtigheid en elektrische lading in de lucht. Konijnen trekken zich terug in hun burcht, reeën zoeken beschutting in het bos en hazen drukken zich laag tegen de grond. Dat betekent niet dat ze onkwetsbaar zijn: een omvallende boom of een losgeraakt nest kan nog steeds schade veroorzaken, vooral bij jonge dieren.
De meeste vogels komen een storm relatief goed door, omdat hun jongen vaak al uitgevlogen zijn of nog veilig met de ouders mee kunnen. Voor ooievaars is het risico groter, omdat hun zware nesten hoog in bomen of op palen staan en bij harde wind kunnen omwaaien. Als jonge dieren toch uit een nest vallen, proberen ouderdieren vaak nog voor ze te zorgen, al worden ze dan sneller slachtoffer van roofdieren.
Voor het bos zelf is storm niet alleen vernieling, maar ook een natuurlijk onderhoudsmoment. Takken breken af, dode delen verdwijnen en omgevallen bomen maken ruimte voor jongere groei en meer licht op de bosbodem. Het dode hout vormt bovendien een leefplek voor insecten, schimmels, vogels en kleine zoogdieren. Volgens Frans reageren wilde dieren daarom meestal niet in paniek: ze accepteren storm als onderdeel van het leven, terwijl huisdieren zoals katten en sommige honden pas schrikken als het onweer echt losbarst.
De Oranjezomer: Leontien van Moorsel uit zorgen over Tour de France: 'Dit is niet verantwoord'