Waterkwaliteit Brabant blijft onder de maat, boetes dreigen
In dit artikel:
De provincie Noord-Brabant waarschuwt dat de waterkwaliteit bij veel locaties nog niet voldoet aan de KRW-normen en dat het zeer waarschijnlijk is dat Brabant in 2027 niet aan alle doelen voldoet. Dat blijkt uit een bestuursrapportage die vrijdag in Provinciale Staten wordt besproken. Grondwater bevat vrijwel overal milieuvreemde stoffen, vooral bestrijdingsmiddelen en PFAS, waardoor geen enkel waterlichaam in de provincie momenteel aan álle KRW-criteria voldoet (volgens de Kaderrichtlijn Water valt één niet‑halen van een criterium het hele waterlichaam aan).
De provincie en de waterschappen werken aan de KRW-impuls Brabant, een pakket aanvullende maatregelen, maar die inspanningen lijken onvoldoende om de doelen uiterlijk in 2027 of zelfs in 2033 te halen. Nieuwe, striktere PFAS-normen die per 2033 in de KRW worden opgenomen, vergroten de kans dat de chemische toestand van grondwater als slecht beoordeeld wordt. Herstel van grondwater kan decennia duren en sommige technische oplossingen hebben tijd nodig voordat ze effect sorteren.
Juridisch is het lastig: een rapport van adviesbureau Arcadis stelt dat aantonen van maximale inspanning niet volstaat als verdediging bij het niet bereiken van KRW-doelen. Nederland kreeg eerder uitstel tot 2027 op basis van een uitzonderingsgrond; opnieuw uitstel aanvragen is slechts beperkt mogelijk. Niet bereiken van de doelen kan leiden tot juridische stappen, boetes, maar ook economische, ecologische en gezondheidsrisico’s en reputatieschade. De provincie benadrukt dat tijdige en onderbouwde maatregelen essentieel zijn, omdat de KRW slechts ruimte biedt voor latere effectmeting als maatregelen vóór december 2027 worden uitgevoerd.