60 miljoen commerciële honingbijen in de Biesbosch: wilde bij in de knel
In dit artikel:
De wilde bijenpopulaties staan onder druk door een combinatie van factoren: massale aantallen commerciële honingbijen, ziekte-overdracht en de opkomst van de invasieve Aziatische hoornaar. In natuurgebied de Biesbosch werden in 2024 minstens 1.589 bijenkasten geteld — gemiddeld zo’n 30.000 bijen per kast — wat neerkomt op naar schatting circa 60 miljoen honingbijen in dat gebied. Volgens boswachter Frans Kapteijns zorgt die hoge dichtheid voor felle concurrentie om nectar en stuifmeel, waardoor hommels en solitaire bijen vaak tekortkomen.
Naast voedselconcurrentie kan de honingbij ook ziekten overbrengen naar wilde bijen. Voorbeelden zijn het Deformed Wing Virus, dat vleugelmisvorming en voortijdig sterven veroorzaakt, en de darmparasiet nosema, die bijdraagt aan verzwakking en verminderde bestuiving. Hommels blijken bijzonder kwetsbaar voor zulke infecties.
De Aziatische hoornaar vormt een extra bedreiging: ze vangt wilde bijen voor haar larven en concurreert met ze om nectar en honingdauw. Daardoor verdwijnen hele nesten en neemt de druk op lokale bijensoorten verder toe.
Kapteijns wijst op een gebrek aan coördinatie tussen imkers en natuurbeschermers als een belangrijke oorzaak van het probleem. In veel natuurgebieden — en volgens hem zou dat ook voor gemeentelijk land gelden — zouden bijenkasten niet of alleen beperkt moeten worden toegestaan. Hij pleit ervoor dat imkers zich melden bij terreinbeheerders en dat imkerorganisaties meedenken over geschikte locaties van kasten om de impact op inheemse biodiversiteit te verminderen.
Breder gevolg is dat het verdwijnen van wilde bijen risico’s oplevert voor bestuiving van bloemen, bomen en landbouwgewassen; sommige plantensoorten lopen gevaar wanneer hun gespecialiseerde bestuivers verdwijnen, met keten-effecten voor ecosystemen en voedselproductie. Beleid en samenwerking tussen imkers, gemeenten en natuurbeheerders worden genoemd als noodzakelijke stappen om wilde bijen te beschermen.