Zeeland moet weer plek van aankomst worden, vindt Hugo de Jonge: 'Een plek om je droom waar te maken'
In dit artikel:
Hugo de Jonge roept Zeeland op weer een “plek van aankomst” te worden: woensdag sprak hij in een volle Nieuwe Kerk in Middelburg en plaatste hij bevolkingsgroei centraal in zijn plannen voor de provincie. De oud-minister begon als waarnemend commissaris in september 2024; Provinciale Staten droegen hem begin juni voor en een maand later vond de beëdiging plaats op Paleis Noordeinde. Voor de formele installatie kiest hij bewust voor een ingetogen, “Zeeuws en sober” viering met een inhoudelijk programma in plaats van praatstunt.
De kern van zijn boodschap is praktisch en toekomstgericht: Zeeland moet jongeren en buitenstaanders aantrekken om ontgroening en vergrijzing tegen te gaan en zo het “goede leven” — scholen, winkels, ziekenhuizen en lokale bedrijvigheid — te behouden. De Jonge waarschuwt dat juist het verdwijnen van voorzieningen het karakter van dorpen doet veranderen, en niet de komst van nieuwe bewoners. Om die groei mogelijk te maken ziet hij kansen door Zeeland slim in te zetten op energie, defensie-gerelateerde industrie en landbouw, gebruikmakend van de strategische ligging in de delta.
Als eerste stap presenteerden Zeeuwse overheden in juli het document “Toekomstperspectief Zeeland 2050”; de commissaris wil zo met Den Haag een strategische agenda afspreken en pleit voor extra rijksinvesteringen in onderwijs en bereikbaarheid. Hij benadrukt urgentie — “we hebben geen tijd te verliezen” — en verwacht dat een nieuw kabinet willens en wetens samenwerkt met de provincie.
Cultureel wil De Jonge regionale trots aanwakkeren; hij omlijst zijn toespraak met nummers van Bløf, uitgevoerd door leerlingen van de Zeeuwse muziekschool, en verwijst naar lokale trots op eten, sport en erfgoed. Persoonlijk heeft hij een huis gevonden in West-Zeeuws‑Vlaanderen (gemeente Sluis) en blijft het gezin om praktische redenen een woning in Katendrecht houden. Vanwege eerdere bedreigingen als coronaminister blijven beveiligingsmaatregelen nodig; hij verbergt de precieze woonplaats om te voorkomen dat die een “bedevaartsoord voor wappies” wordt.
Samengevat profileert De Jonge zich als een zichtbare, mobiliserende commissaris die Zeeland wil versterken door groei, investeringen en regionale trots — tegelijk zoekt hij snelle steun uit Den Haag en balanceert hij die ambities met privacy- en veiligheidszorgen rond zijn eigen gezin.